De eerste zeven Venrayse aandachtsambassadeurs hebben hun certificaat ontvangen. Van harte gefeliciteerd! De Venrayse aandachtsambassadeurs gaan mensen helpen bij het herkennen van eenzaamheid. Ze zijn het gezicht bij vragen over eenzaamheid en gaan bij verenigingen en in buurten mensen motiveren om aandacht te hebben voor elkaar.
Wil je meer informatie over de aandachtsambassadeurs of heb je vragen rondom het thema eenzaamheid? Neem dan contact op met Match voor vrijwilligers (info@matchvoorvrijwilligers.nl of 0478-516995)
Op (zondag 23 november 2008), de laatste zondag van het kerkelijk jaar, vieren we het feest van Christus Koning. We weten dat in de EvangeliĂ«n Jezus de titel van koning afwijst, als dat begrepen wordt in aardse zin, in de geest van âde heersers van de volkerenâ (cf. Mt.20,25). Maar toen Christus tijdens Zijn passie voor Pilatus stond, eiste Hij een ander soort koningschap op. Pilatus vroeg Hem openlijk: âZijt Gij koning?â En Jezus antwoordde daarop: âJa, koning ben Ikâ. Vlak daarvoor had Jezus verklaard: âMijn koningschap is niet van deze wereldâ (cf. Joh.18,36-37).
Het koningschap van Christus is de openbaring en de realisatie van het koningschap van God de Vader, die alles beschikt in liefde en gerechtigheid. De Vader belastte de Zoon met de zending de mensen het eeuwige leven te geven, in Zijn liefde voor hen tot het uiterste, tot in het hoogste offer aan het kruis. TegelijkertijdâŠ
Wanneer je met mensen spreekt over sterven en eeuwige leven, zijn er regelmatig mensen die opmerken: âHet moet er toch goed zijn want er is nog nooit een teruggekeerdâ. Eigenlijk is dat een onchristelijke gedachte want ons geloof gaat over Jezus Christus, de Zoon van God, die uit de doden is opgestaan. Hij is degene die uit de dood is opgestaan en ons beloofd heeft dat wie in Hem gelooft niet zal sterven in eeuwigheid. Zijn verrijzenis was het ultieme teken dat Hij de Zoon van God was!
âHet moet er goed zijn want er is nog nooit een teruggekeerdâ kan alleen gezegd worden door mensen die hun Bijbel niet goed kennen. In het evangelie maar ook in het Oude Testament kunnen we verschillende verhalen over dode mensen die weer tot leven werden gewekt. Het zijn wonderbare gebeurtenissen waar mensen hun gewone leven weer terug kregen, ze zijn echter later ook weer gestorven. Ik wil even kort stilstaan bij enkele verhalen uit het evangelie en uit het Oude Testament.
De bekendste uit het evangelie is ongetwijfeld Lazarus, we lezen het verhaal in het elfde hoofdstuk van Johannes. Indrukwekkend is de passage: âNa dit gebed riep Hij met luide stem: âLazarus, kom naar buiten!â En de dode kwam naar buiten, zijn voeten en handen gebonden met zwachtels en zijn gezicht in een doek gewikkeld. âMaak hem los,â beval Jezus, âen laat hem gaan.ââ (Johannes 11,43-44)
In het zevende hoofdstuk van het Lucasevangelie vinden we het verhaal over de opwekking van de zoon van een weduwe uit NaĂŻn. Voor allen die het zagen moet het nogal wat geweest zijn. âToen de Heer haar zag, was Hij ten diepste met haar begaan. âHuil nietâ, zei Hij tegen haar. Hij liep naar de lijkbaar toe en raakte die aan. De dragers bleven staan en Hij zei: âJongeman, kom overeind, zeg Ik je!â En de dode ging rechtop zitten en begon te praten, en Hij gaf hem aan zijn moeder.â (Lucas 7,13-15)
In het achtste hoofdstuk van het Lucasevangelie vinden we het verhaal over het dochtertje van JaĂŻrus. Ook dat moet daar indrukwekkend geweest zijn. âIedereen was in rouw en rouwde om haar, maar Jezus zei: âHuil maar niet, ze slaapt.â Ze lachten Hem uit, omdat ze ervan overtuigd waren dat ze gestorven was. Hij pakte haar echter bij de hand en riep: âMeisje, sta op.â Het leven keerde in haar terug, ze stond onmiddellijk op en Jezus liet haar te eten geven.â (Lucas 8,52-55)
Ik geef ook nog een aantal voorbeelden uit het Oude Testament. In de Boeken der Koningen vinden we ook drie verhalen van doden die ten leven werden gewekt.
In het eerste Boek der Koningen, hoofdstuk 17 wekt Elia de dode zoon van de weduwe van Sarefat ten leven. âToen ging hij driemaal languit op het kind liggen. Daarbij riep hij de Heer aan en zei: âHeer, mijn God, laat toch de levensgeest in dit kind terugkeren.â En de Heer luisterde naar de bede van Elia; de levensgeest keerde terug in het kind en het leefde weer.â (1 Koningen 17,21-22)
In het tweede Boek der Koningen wekt Elisa de zoon van de Sunammitische vrouw tot leven: âToen ging hij op het kind liggen, met de mond op zijn mond, de ogen op zijn ogen en de handen op zijn handen, en bleef zo over hem heen gebogen tot het lichaam van het kind warm werd⊠Toen niesde de jongen zeven keer en deed zijn ogen openâŠâ (2 Koningen 4,32-35)
Nog in het tweede Boek der Koningen, in het dertiende hoofdstuk, lezen we ook een apart verhaal van een dode die men in het graf van de profeet Elisa werpt en weer leeft: âElisa stierf en werd begraven. Nu drongen er elk voorjaar Moabitische benden het land binnen. Toen enkele mannen eens bezig waren iemand te begraven, zagen zij plotseling zoân bende. Zij wierpen het lijk in het graf van Elisa en vluchtten weg. Zodra het lijk in aanraking kwam met het gebeente van Elisa, werd de man levend en kwam hij overeind.â (2 Koningen 13,20-21)
Als er nog eens iemand tegen u zegt: âHet moet er wel goed zijn, want er is nog nooit een uit de dood teruggekeerdâ, dan weet u voortaan wat te zeggenâŠ