Synode: de H. Augustinus over hertrouwde gescheidenen

Standaard

St.-Augustine-Head-Shot

Reeds de heilige Augustinus verklaarde: “Wie zijn overspelige vrouw wegstuurt en een andere vrouw trouwt, terwijl zijn eerste vrouw nog in leven is, blijft continu in de toestand van overspel. Zo iemand doet geen enkele effectieve boete zolang hij weigert zijn nieuwe vrouw te verlaten. Als hij een geloofsleerling is, kan hij niet tot het doopsel worden toegelaten omdat hij in het kwaad blijft vastzitten. Als hij een (gedoopte) boeteling is, kan hij de kerkelijke verzoening niet ontvangen zolang hij niet breekt met zijn slechte houding” (De adulterinis coniugiis, 2, 16).
In onze dagen bestaat er een voortdurende en alomtegenwoordige ideologische druk van de kant van de massamedia zich te scharen achter de gedachte die opgelegd wordt door de anti-christelijke wereldmachten met het doel de waarheid van de onontbindbaarheid van het huwelijk te niet te doen – door het omlaag halen van het gewijde karakter van deze goddelijke instelling door de verspreiding van een anticultuur van scheiding en ongehuwd samenwonen. Reeds 50 jaar geleden stelde het Tweede Vaticaanse Concilie vast dat de moderne tijd geïnfecteerd is met de ziekte van de echtscheiding (vgl. Gaudium et Spes 47). Hetzelfde Concilie waarschuwde dat het christelijk huwelijk als sacrament van Christus “nooit mocht worden ontheiligd door overspel en echtbreuk” (Gaudium et Spes 49).
De ontheiliging van het “grote sacrament (mysterie)” (Ef. 5, 32) van het huwelijk door overspel en echtscheiding heeft massieve vormen aangenomen in alarmerende getallen niet slechts in de burgerlijke maatschappij maar ook onder katholieken. Als katholieken, door echtscheiding en overspel theoretisch en praktisch de wil van God afwijzen, zoals uitgedrukt in het zesde gebod, dan brengen zij zichzelf in serieus spiritueel gevaar hun eeuwige redding te verliezen.
De meest barmhartige daad van de kant van de herders van de Kerk zou zijn de aandacht op dit gevaar te richten door middel van een heldere – en tegelijk liefdevolle vermaning –  vermaning over de noodzakelijke volledige aanvaarding van het zesde gebod van God. Ze moeten in hun aansporing de dingen bij de juiste naam noemen: “echtscheiding is echtscheiding”, “overspel is overspel”en “wie bewust en vrijwillig zware zonden begaat tegen de geboden van God – en in dit geval het zesde gebod – en zonder berouw sterft, ontvangt de eeuwige verwerping en is voor altijd uitgesloten van het koninkrijk van God.”
Een dergelijke vermaning en aansporing is het werk van de Heilige Geest zoals Christus heeft geleerd: “Hij zal de wereld het overtuigend bewijs leveren van wat zonde, gerechtigheid en oordeel is”(Joh. 16, 8)
Bij zijn uitleg over het werk van de Heilige Geest in “het overtuigend bewijs leveren van zonde” zei paus Johannes Paulus II: “elke zonde, waar en wanneer ook bedreven, verwijst naar het kruis van Christus en dus indirect ook naar de zonde van hen die “niet in Jezus Christus geloofd hebben” en Hem veroordeeld hebben tot de dood aan het kruis.” (Encycliek Dominum et vivificantem, 29). Zij die een gehuwd leven leiden met een partner, die niet hun wettige echtgenoot is, zoals het geval is bij hertrouwd gescheidenen, verwerpen de wil van God. Dergelijke personen te overtuigen van deze zonde is een werk dat bewogen wordt door de Heilige Geest en is opgedragen door Jezus Christus en het is daarmee bij uitstek een pastoraal en barmhartig werk.
Het Slotrapport van de Synode laat ongelukkigerwijs na de hertrouwd gescheidenen het overtuigend bewijs te leveren betreffende hun concrete zonde. Integendeel, onder het voorwendsel van barmhartigheid en van valse gevoel van pastoraal probeerden de Synodevaders, die de formuleringen van de nrs. 84-86 van het rapport hebben gesteund, de geestelijk gevaarlijke toestand van de hertrouwd gescheidenen toe te dekken.
De facto zeggen zij tegen hen dat hun zonde van echtbreuk geen zonde is en dat het vast en zeker geen echtbreuk is of tenminste geen zware zonde en dat er geen geestelijk gevaar bestaat in hun levensstaat. Een dergelijke gedrag van deze herders is regelrecht tegengesteld aan het werk van de Heilige Geest en is daarom anti-pastoraal en een werk van valse profeten op wie men de volgende woorden van de Heilige Schrift kan toepassen: “Wee hun die het kwade goed noemen en het goede kwaad, die van het duister licht maken en van het licht duisternis, van bitter zoet en van zoet bitter.”(Jes. 5, 20) en “De visioenen van uw profeten zijn leugen en bedrog; ze roepen geen schuldbesef op en wenden de rampen niet af; waardeloos en misleidend zijn hun orakels” (Klaagl. 2,14). Tegen zulke bisschoppen zou de apostel Paulus zonder enige twijfel nu zeggen: “Schijnapostelen zijn het, oneerlijke werkers, die zich voordoen als apostelen van Christus”(2 Kor. 11, 13).
De tekst van het Slotrapport van de Synode laat niet alleen na de hertrouwd gescheidenen ondubbelzinnig te overtuigen  van het overspelige en dus zwaar zondige karakter van hun levensstijl. Indirect rechtvaardigt het rapport een dergelijke levensstijl door de kwestie uiteindelijk te verwijzen naar het terrein van het eigen geweten en door een oneigenlijke toepassing van het morele principe van de toerekenbaarheid op de kwestie van het samenwonen van hertrouwd gescheidenen. In feite is de toepassing van het principe van de toerekenbaarheid op bestendig, permanent en publiek leven in overspel oneigenlijk en bedrieglijk.

‘Achter mgr. Léonard staat generatie van jonge, dynamische katholieken’

Standaard

door  KN

'Achter mgr. Léonard staat generatie van jonge, dynamische katholieken'

 “Ze worden vaak conservatief of traditionalistisch genoemd, reactionairen of ultra’s”, schrijft La libre Belgique. De jonge katholieken om wie het gaat, en “die opgewekt toegeven dat ze een band voelen met mgr. Léonard, verbazen zich erover maar ze maken er zich niet druk om.”

‘Ons doel is niet ons aan een gedragslijn te houden, maar gewoon om ons geloof te leven’, legt Marie, een jonge studente geneeskunde uit. Zij en haar geestverwanten voelen zich de waardige erfgenamen van Johannes Paulus II en Benedictus XVI. Ze stellen in mgr. Léonard “hun eigen Benedictus XVI” te hebben gevonden. Overigens was mgr. Léonard, voordat hij aartsbisschop werd, lange tijd columnist van Katholiek Nieuwsblad. Hij schreef zijn columns in het Nederlands.

Mei 1968-katholicisme

Boven alle mediatieke stormvlagen uit is mgr. Léonard erin geslaagd rondom zich een groot deel van de katholieke jeugd van Brussel en Wallonië te verzamelen, aldus La Libre Belgique. “Als het die al niet in zijn geheel is, is het zonder twijfel het meest dynamische deel van de 20-35-jarigen die zich bevinden in de naar voren tredende parochies die vaak grootstedelijke zijn en zeer trouw aan het Romeinse leergezag”, zegt een jonge gelovige. Jongeren als hij willen zich verre houden van een ‘mei 1968’-katholicisme, zoals ze dat noemen, of van een katholicisme dat “lauw en meeloperig” is.

Nieuwe generatiekloof

De ‘generatie Léonard’ laat een opmerkelijke gehechtheid aan de sacramenten zien (eucharistie, biecht, aanbidding), aldus de Belgische krant. Ze hebben hun eigen schrijvers (Rémi Brague, Fabrice Hadjadj, Benedictus XVI zelf… ). De paus is hun referentie ze geven blijk van een grote dynamiek in het onbevangen getuigen van hun geloof. Volgens velen zou zich een nieuwe generatiekloof aftekenen, al is die nog pril. Een generatie van vrijzinnig conformisme wordt afgelost door een van geloofsmoed. Voor de Kerk kan dit de gehoopte zomer betekenen waarvan mgr. Léonard een van de eerste zwaluwen is.

Kracht en helderheid

La Libre Belgique meldt dat alle getuigenissen (meer dan honderd) hetzelfde zeggen. Het is de ontmoeting met mgr. Léonard die de jongeren heeft gestempeld. Ze betreuren zijn komende emeritaat. “Hij is als een vader voor ons”, legt de jonge vader van een gezin uit, en niet alleen maar “een beleidsvoerder van een Kerk in verval.” “Het is een man Gods, totaal toegewijd, die veel dichter bij de zijnen staat dan men denkt.” Ze prijzen zijn persoonlijke aandacht voor iedereen, zijn eerlijkheid, zachtheid en begrip. Maar, zegt een ander, deze “spirituele gids” bleef “altijd helder in zijn overtuigingen. Hij kon met kracht en helderheid spreken als dat nodig was, bijvoorbeeld over euthanasie of over de verschillende schandalen in de Kerk.” (KN/La libre Belgique)

>>> http://www.katholieknieuwsblad.nl