Informatievoorziening 1 – De Traditie en een tijd van beproeving

Standaard

Christus blijft zijn Kerk leiden

De gebeurtenissen van 1 en 2 juli hebben velen die de katholieke Traditie liefhebben diep geraakt. In Ecône werden vier nieuwe bisschoppen gewijd zonder pauselijk mandaat. Een dag later volgden vanuit Rome de aangekondigde excommunicaties. Voor veel gelovigen roept dit verdriet, verwarring en bezorgdheid op. Toch is het juist nu belangrijk om de diepere vragen onder ogen te zien die aan deze gebeurtenissen ten grondslag liggen.

Voor de Priesterlijke Broederschap Sint Pius X zijn de bisschopswijdingen geen daad van opstand, maar een daad van verantwoordelijkheid. De Broederschap heeft steeds volgehouden dat zij geen parallelle Kerk wil vormen en evenmin het pauselijk gezag verwerpt. Integendeel, zij belijdt het katholieke geloof, bidt voor de paus en erkent zijn ambt als opvolger van Petrus. De reden voor de wijdingen higt volgens haar in een uitzonderlijke noodsituatie binnen de Kerk, waarin het behoud van het katholieke geloof en de sacramenten bijzondere maatregelen noodzakelijk maakt.

In zijn preek tijdens de wijdingen maakte de algemene overste duidelijk dat de kern van het conflict niet ligt in de vraag of men vóór of tegen de paus is. De werkelijke vraag is hoe het onveranderlijke geloof van de Kerk bewaard en doorgegeven kan worden. De Broederschap ziet zichzelf niet als iemand die buiten de Kerk staat, maar juist als een gemeenschap die zich vastklampt aan het geloof dat de Kerk altijd heeft geleerd.

Die overtuiging wordt gedeeld door bisschop Athanasius Schneider. Hij wijst erop dat het Tweede Vaticaans Concilie zichzelf uitdrukkelijk presenteerde als een pastoraal concilie en geen nieuwe onfeilbare dogma’s heeft afgekondigd. Daarom is het volgens hem legitiem om bepaalde teksten kritisch te bespreken wanneer zij moeilijk te verenigen lijken met eerdere uitspraken van het kerkelijk leergezag.

Volgens Schneider draait het debat daarom niet in de eerste plaats om gehoorzaamheid of ongehoorzaamheid, maar om de vraag of bepaalde ontwikkelingen sinds Vaticanum II volledig overeenstemmen met de eeuwenoude katholieke Traditie. Hij noemt daarbij onderwerpen als godsdienstvrijheid, oecumene, interreligieuze dialoog, bisschoppelijke collegialiteit en de liturgische hervormingen. Deze vragen verdienen volgens hem een eerlijke theologische bespreking en mogen niet eenvoudig worden afgedaan als een kwestie van discipline.

Ook bekritiseert Schneider een visie waarin iedere pauselijke beslissing automatisch als onaantastbaar wordt beschouwd. De katholieke traditie heeft altijd onderscheiden tussen het onfeilbare leergezag en bestuurlijke of pastorale beslissingen. Kerkelijke wetten zijn er ten dienste van de redding van de zielen. Wanneer een uitzonderlijke crisis ontstaat, kan volgens hem een uitzonderlijke reactie noodzakelijk zijn. Vanuit dat perspectief ziet hij een bisschopswijding zonder pauselijk mandaat niet automatisch als een schismatische daad.

Juist daarom waarschuwde Schneider vooraf voor nieuwe excommunicaties. Volgens hem zouden deze de werkelijke problemen niet oplossen, maar de verdeeldheid verdiepen. Hij pleitte ervoor de bisschopswijdingen toe te staan en het theologische gesprek voort te zetten. Zijn overtuiging is dat de geschiedenis dergelijke sancties later waarschijnlijk als een vergissing zal beoordelen.

Voor veel traditionele katholieken ligt hierin een belangrijke bemoediging. De vragen die de Broederschap stelt, worden niet uitsluitend door haarzelf gesteld. Ook bisschoppen, theologen en gelovigen binnen de Kerk vragen aandacht voor de continuïteit van de katholieke leer, de eerbied voor de traditionele liturgie en de noodzaak van een heldere geloofsverkondiging in een tijd van relativisme.

Dit vraagt van de gelovigen geen bitterheid of vijandigheid, maar juist een grotere liefde voor de Kerk. Liefde voor de Kerk betekent immers niet dat men moeilijkheden ontkent, maar dat men haar trouw blijft dienen, ook wanneer dit offers vraagt. De geschiedenis van de Kerk laat zien dat tijden van crisis vaker zijn voorgekomen. Juist dan hebben heiligen het geloof bewaard door trouw te blijven aan Christus, aan de apostolische overlevering en aan de Heilige Mis.

Daarom hoeft deze nieuwe beproeving geen reden tot moedeloosheid te zijn. Zij kan juist een oproep zijn om dieper geworteld te raken in het geloof van alle tijden, het gebed te verdiepen, de sacramenten met eerbied te ontvangen en met vertrouwen vast te houden aan de schat die de Kerk gedurende tweeduizend jaar heeft bewaard.

De uiteindelijke hoop van de katholiek rust immers niet op menselijke strategieën of kerkelijke maatregelen, maar op de belofte van Christus zelf: “Ik ben met u alle dagen, tot aan de voleinding der wereld.” Vanuit dat vertrouwen mogen gelovigen de Kerk blijven liefhebben, voor haar bidden en met nederigheid én standvastigheid vasthouden aan de katholieke Traditie.

Bronnen

Pater Daniel: H. Eucharistie, het hart van het christelijk geloof (deel 3)

Standaard

In vorige twee bijdragen mediteerden we over de werkelijke aanwezigheid van Jezus in de Eucharistie. Nu willen we aantonen dat Eucharistie eigenlijk alles is, heel de geschiedenis omvat en de betekenis van het christelijk leven uitdrukt.

Eucharistie omvat heel de geschiedenis

Wanneer we het wereldgebeuren vanuit het christelijk geloof bekijken mogen we de Eucharistie werkelijk het centrum én het hart van heel de geschiedenis noemen, vanaf de schepping van de wereld tot aan de Wederkomst van Christus. Heel het Oude Testament is één grote voorbereiding op de Eucharistie met enkele uitdrukkelijke verwijzingen. De menswording van Jezus bracht het historisch gebeuren van de Eucharistie en in de tijd van de Kerk wordt de Eucharistie sacramenteel gevierd totdat Hij wederkomt.

Voorafbeeldingen

Heel het Oude Testament is een voorbereiding op de komst en het verlossingswerk van Jezus Christus.

De mysterieuze koning-priester Melchisedek (= koning van gerechtigheid) biedt Abraham brood en wijn aan (cf. Genesis 14). Het is een voorafbeelding van Jezus die in de Eucharistie heel de schepping, uitgedrukt in brood en wijn, zal omvormen. De gaven van brood en wijn zijn geschenken van de schepping én van het werk van onze handen. Het manna dat God aan het joodse volk gaf tijdens zijn tocht door de woestijn (cf. Exodus 16), is slechts een beeld van het ware brood uit de hemel, zoals Jezus uitlegt (Johannes 6).

De viering van het paasfeest en de uittocht van het joodse volk uit de slavernij in Egypte (Exodus 12) vormen de voornaamste voorafbeelding van de Eucharistie als de definitieve bevrijding en verlossing. Het is ook het voornaamste gebeuren in de geschiedenis van het joodse volk. En het bruiloftsmaal van het Lam (cf. Apocalyps 19) is de uiteindelijke bevrijding, de gelukzalige vereniging van Christus met zijn volk.

Historische realisatie

Jezus heeft de mensheid en de wereld verlost door onze menselijke conditie zelf aan te nemen, in vrijheid en liefde het lijden en de kruisdood te aanvaarden voor onze zonden en te verrijzen.

De Evangelies beschrijven Jezus’ aardse leven herhaaldelijk als een “opgaan naar Jeruzalem”. De apostelen verwachtten nog dat Jezus Israël zou herstellen als een glorierijk, soeverein, aards rijk. Zij vroegen zich af wie daarin de grootste zou zijn. Ondertussen trachtte Jezus herhaaldelijk en met veel geduld hen duidelijk te maken dat Hij de definitieve verlossing zou brengen niet alleen voor Israël maar voor ieder mens die in Hem gelooft. Hij was geheel gericht op het volbrengen van zijn levensoffer door zijn kruisdood, waarna Hij zou verrijzen.

In het Laatste Avondmaal geeft Jezus aan zijn apostelen de herinnering en de sacramentele viering van zijn levensoffer, dat Hij onmiddellijk daarna in vrijheid en liefde zal ondergaan. Hij draagt hen op zijn offer in zijn naam te blijven vieren totdat Hij wederkomt.

Sacramentele viering

In de tijd van de Kerk vieren de priesters de dood en de verrijzenis van Jezus onder de gedaante van brood en wijn. Jezus heeft het mysterie van onze verlossing zo ingesteld en aan zijn Kerk opgedragen dit alle komende eeuwen door te vieren. Dit bevat onze uiteindelijke en definitieve verlossing, die Hij aan het einde der tijden glorierijk zal voltooien.

Na de maaltijd nam Jezus de beker met wijn. Hierin herkennen we ‘de beker van Elia’, die in het joodse geloof de hoop op de verlossing uitdrukte. Deze beker wordt bij het joodse paasmaal nu nog gevuld, maar niet gedronken. Hij blijft staan als het symbool van de verwachting op de terugkeer van Elia en de uiteindelijke voltooiing. Door deze beker te nemen drukt Jezus uit dat Hij de vervulling is van de verwachting op de verlossing.

De oosterse liturgie legt de nadruk op het feit dat de Geest voor altijd het Lichaam van Christus verheerlijkt heeft. Daarom zingen de oosterlingen na de communie: “Wij hebben het ware licht gezien en wij hebben de hemelse Geest ontvangen en het ware geloof gevonden: laten we buigen voor de onzichtbare Drie-eenheid want zij heeft ons verlost”.

Verwachting

In de Eucharistie heeft Jezus ons zijn verlossing aangeboden, die ons nergens anders en door niemand anders kan gegeven worden. Wel kijken wij uit naar de glorievolle voltooiing bij de Wederkomst van de Verrezen Heer aan het einde van de tijd.

Het paasfeest van het joodse volk in Egypte was een haastig gebeuren. Er werd staande gegeten, met de lendenen omgord, klaar om te vertrekken uit de slavernij, de bevrijding tegemoet. In de Eucharistie wordt deze “haast” vergeestelijkt en verdiept. We blijven hier op aarde pelgrims, “vreemdelingen en ballingen” (1 Petrus 2, 11). Onze definitieve bevrijding zal bestaan in onze vereniging met Christus in het eeuwige geluk van de Drie-ene God. Daarvoor is het nodig dat wij door lijden en sterven met Hem omgevormd worden tot de gelijkenis met Hem.

De eerste christenen noemden hun geloofsgemeenschap een parochie, van het Griekse par-oikos (= nog niet thuis). Ze beschouwden zich hier op aarde als vreemdelingen en pelgrims op weg naar hun definitieve thuis bij God. “Vrienden, nu reeds zijn we kinderen van God en wat wij zullen zijn is nog niet geopenbaard; maar wij weten dat wanneer het geopenbaard wordt, wij aan Hem gelijk zullen zijn omdat wij Hem zullen zien zoals Hij is” (1 Johannes 3, 2).

“Weest dus waakzaam…” (Mattheus 24, 42)

Christen zijn is zo leven dat je op ieder ogenblik klaar bent om de Heer Jezus bij zijn glorievolle Wederkomst te verwelkomen. Het is leven in waakzaamheid en blijde verwachting.

Jezus’ heeft zijn leven gegeven voor ons, uit liefde en in vrijheid. Dat is Eucharistie. Dat is de kern van de opdracht van ieder christen en van ieder mens. We leven niet voor onszelf en voor eigen glorie, we leven voor God en voor de anderen. Man en vrouw die zich geheel geven aan elkaar en in navolging van Jezus, zich inzetten voor elkaar en hun kinderen, beleven de Eucharistie dag, na dag.

Wie in zijn beroep zich geeft, in liefde en vrijheid, voor de eer van God en het heil van de mensen, wordt in zijn leven Eucharistie. Dit geldt voor ieder mens en voor gelijk welk beroep of taak. In die zin kunnen we zeggen: Eucharistie omvat heel ons leven, Eucharistie is alles (Volgende week slot).

P. Daniel

Pater Daniel: H. Eucharistie, het hart van het christelijk geloof (deel 2)

Standaard

In de vorige bijdrage toonden we de absolute noodzaak van het geloof in de werkelijke aanwezigheid van het Lichaam en Bloed van de Verrezen Heer in de Eucharistie. Iedere poging om daaraan een overdrachtelijke of andere uitleg te geven is een dwaalweg. Ze levert ons een dorre boom op die geen vruchten meer draagt. En iedere hernieuwde erkenning en aanbidding van Jezus’ werkelijke aanwezigheid brengt een hernieuwde vitaliteit voort.

Veelzijdige aanwezigheid

God is op vele wijzen aanwezig. In Exodus 3, 14 openbaarde Hij zich op mysterieuze wijze als “Ik ben die is” (Hebreeuws: ehejeh asjer ehejeh). Hij is Degene die is, die was en die zal zijn. Het is een uitnodiging tot geloof in Hem, die het volk Gods eens heeft geleid en beschermd, die nu en in de toekomst zorg blijft dragen voor ons.

Zo erkennen en bewonderen we God in zijn majestueuze schepping. Daarin kunnen we zijn glorie zien. In de heilige Schrift kunnen we zijn Woord lezen en horen. In de priester erkennen we Christus’ aanwezigheid als een “alter Christus” (een andere Christus). Hij geeft het leven van Christus aan ons door de sacramenten. En Christus is aanwezig overal waar mensen in zijn Naam bidden. Bovendien is Hij op bijzondere wijze aanwezig in hen die arm zijn en lijden.

Eucharistische aanwezigheid

In de schepping kunnen we God zien. In de Schrift kunnen we God horen en lezen. In de Eucharistie kunnen we echter op heel bijzondere wijze Jezus’ verheerlijkt Lichaam en Bloed eten en drinken. Daar wordt Hij voor ons voedsel dat ons zijn eigen eeuwig leven en eeuwigheid schenkt. Deze eucharistische wijze is een unieke werkelijke aanwezigheid.

Het gewone voedsel dat we tot ons nemen, wordt gedeeltelijk door ons geabsorbeerd. Het wordt een deel van ons lichaam en dus als het ware verheven tot de waardigheid van onze menselijke persoonlijkheid. In de heilige communie is het juist omgekeerd. God neemt ons op en verheft ons tot zijn goddelijkheid en eeuwig leven. “Als Christus in u is, blijft uw lichaam wel door de zonde de dood gewijd, maar uw geest leeft…” (Romeinen 8, 10).

Verschillende tradities

Zowel in de Latijnse als in de oosterse traditie werd trouw het geloof in de werkelijke aanwezigheid van Jezus’ Lichaam en Bloed in de Eucharistie bewaard, zij het elk op eigen wijze. De Latijnse liturgie is meer rationeel, sober, met een duidelijk begin en eind. Ze wordt gevierd in de Romaanse kerken met hun eenvoudige, indrukwekkende schoonheid. Op die wijze heeft ook het concilie van Trente de werkelijke aanwezigheid helder en rationeel bepaald: waarlijk, werkelijk, wezenlijk (zie vorige bijdrage).

De oosterse liturgie heeft iets meer van de mystieke sfeer bewaard met meer processies, langere gebeden, litanieën, wierook en kaarsen. Hun kerken zijn ook overvloedig versierd met afbeeldingen van Christus, Maria, en de heiligen. Hun liturgie heeft geen strikt rationeel begin en einde, maar is eerder een deelname aan de hemelse liturgie, die al lang bezig was en die na de dienst ook zal verdergaan. In die zin legt hun heilige liturgie ook veel meer de nadruk op de heilige Geest, die de Bewerker is van de werkelijke aanwezigheid.

Protestantse bijdrage

De protestantse traditie heeft helaas voor een groot deel het geloof in Jezus’ werkelijke aanwezigheid verloochend. Sommige protestanten verwijten katholieken, niet zonder reden, dat ze het Woord van de Schrift niet ernstig genoeg nemen. Wat de werkelijke aanwezigheid van Jezus in de Eucharistie betreft, zijn zij het echter die de glasheldere woorden van Jezus, de Evangelisten en de heilige Paulus naast zich neerleggen.

Toch kunnen we uit hun houding nog iets goeds halen. Ze leggen de volle nadruk hierop: we worden gered door het geloof. Dit geloof moet wel door onze houding en onze daden zijn waarachtigheid aantonen. Onze deelname aan de Eucharistie dient een deelname in geloof te zijn. Aanwezig zijn is niet genoeg. Een kerkstoel is op zich niets ‘heiliger’ dan een barkruk! Er is een levendig geloof nodig in Jezus, die ons bevrijding, licht en leven geeft.

Oprecht en levendig geloof

De Eucharistie is onze autosnelweg naar de hemel. Telkens wanneer we de heilige communie ontvangen, raken we de hemel… Indien de mensen werkelijk beseften dat God zelf daar aanwezig is, dan zouden de kerken dag en nacht vol zitten”.Dit zei de 15-jarige Carlo Acutis in de nacht van woensdag op donderdag 12 oktober 2006, voordat hij stierf. Hij had ook net op tijd zijn website over de gerapporteerde eucharistische wonderen kunnen afwerken.

In de geloofsgemeenschap van Korinthe waren er blijkbaar ook misbruiken en werd de Eucharistie door sommigen op onwaardige wijze genuttigd. De heilige Paulus geeft hen een zeer ernstige waarschuwing: “Wie eet en drinkt zonder het lichaam te onderkennen, eet en drinkt zijn eigen vonnis. Daarom zijn er onder u zo velen ziek en zwak en zijn er een aantal gestorven” (1 Korintiërs 11, 29-30).

Ook de Kerk vraagt dat we ons onderzoeken en vooraf het sacrament van de verzoening zouden ontvangen, wanneer we ons van een ernstige zonde bewust zijn. (Wordt vervolgd).

P. Daniel