Weerhoudende liefde als pro-life-pastoraal

Standaard

Weerhoudende liefde als pro-life-pastoraal

Pastoor Jack Geudens — Smakt, januari 2026
Trefwoorden: pro-life, pastorale theologie, ontologische waardigheid, barmhartigheid, weerhoudende liefde, Kruis, genezing, priesterschap


1. Pro-life voorbij het louter ethische debat

In het publieke gesprek verschijnt pro-life meestal als een ethisch standpunt binnen discussies over abortus, wetgeving en medische besluitvorming. Dat kader is niet onbelangrijk, maar blijft theologisch beperkt. Het reduceert pro-life tot “een mening” of “een positie”, terwijl de christelijke traditie pro-life dieper situeert: als uitdrukking van een geloofsbelijdenis over God en mens.

Pro-life raakt aan de vraag wie God is als Schepper en Verlosser, en wie de mens is als ontvangen, geroepen en bemind leven. Daarom is pro-life niet primair een ideologisch programma, maar een relationele spiritualiteit: een wijze van kijken, spreken en handelen waarin menselijk leven wordt gedragen in waarheid én barmhartigheid. Wie pro-life enkel moreel definieert, verliest het theologische zwaartepunt: de samenhang van antropologie, soteriologie en pastorale praxis.¹


2. Ontologische waardigheid en de grens van maakbaarheid

De fundering van een christelijke pro-life-visie ligt in het verstaan van menselijke waardigheid als ontologisch gegeven. De mens is niet waardig omdat hij autonoom is, omdat hij presteert, omdat hij “kwaliteit van leven” heeft, of omdat hij gewenst is. De mens is waardig omdat hij bestaat: als persoon die door God wordt gekend en gewild.

Deze grondintuïtie is conciliair verwoord: menselijke waardigheid is niet functioneel, maar principieel.² Waar waardigheid conditioneel wordt (afhankelijk van keuze, nut, gezondheid of sociale erkenning), verschuift vrijheid van relationele openheid naar instrumentele macht. Leven wordt dan iets wat men kan toekennen of ontzeggen.

Hier ligt de kern van de hedendaagse crisis: niet enkel een moreel probleem (“wat mag?”), maar een antropologische verschuiving (“wie telt?”). Pro-life is in dit perspectief het bewaren van een grens tegen instrumentalisering: juist daar waar het leven kwetsbaar, afhankelijk, ongezien of ongewenst is.


3. Pastoraal realisme: relatie als locus van genezing

Wanneer pro-life wordt verstaan als pastorale kerncategorie, verschuift de vraag van louter normcommunicatie naar genezende praxis. Pastoraal handelen kan niet volstaan met “nabijheid” als slogan. Nabijheid wordt pas genezend wanneer zij relationeel doordacht en structureel betrouwbaar is: de relatie zelf moet drager worden van waarheid, troost, begrenzing en hoop.

Daarom is pro-life niet alleen “nee” tegen levensvernietiging, maar ook “ja” tegen concrete vormen van begeleiding: luisteren, dragen, rouw toelaten, schuld en schaamte niet ontkennen maar omvormen, en mensen opnieuw inschakelen in betekenisvolle relaties. Pro-life vraagt dus om een pastorale rationaliteit die tegelijk normatief en therapeutisch is, zonder te vervallen in moralistische hardheid of in relativistische troosttaal.


4. Bevestigende én weerhoudende liefde

In deze context is het onderscheid tussen bevestigende en weerhoudende liefde fundamenteel. Bevestigende liefde zegt: “Het is goed dat jij er bent.” Zij raakt de persoon in zijn bestaansrecht, vóór elke prestatie of correctie. Maar een pastorale praxis die alleen bevestigt, loopt het risico destructie mee te normaliseren.

Daarom behoort ook weerhoudende liefde tot de pastorale kern: zij zegt “Dit schaadt het leven; dit kan niet worden bevestigd.” Weerhoudende liefde is geen koude norm, maar een vorm van relationele zorg die het leven beschermt wanneer het op de rand van vernietiging komt—ook wanneer die vernietiging voortkomt uit angst, wanhoop, druk of innerlijke verwarring.

De psychologische en antropologische inzichten van Anna Terruwe en Conrad Baars helpen deze structuur te articuleren: genezing veronderstelt dat de mens zich existentieel bevestigd weet, terwijl destructieve patronen tegelijk begrensd worden.³ Bevestiging zonder weerhouding wordt leeg; weerhouding zonder bevestiging wordt hard en brekend. Een pro-life-pastoraal die deze integratie verliest, verliest haar genezende kracht.


5. Pro-life en het gekwetste leven na morele breuk

Een theologisch volwassen pro-life-benadering beperkt zich niet tot het ongeboren leven. Zij omvat ook het gekwetste leven: het innerlijk leven van wie door morele breuk, schuld, schaamte, verlies en existentiële ontwrichting verwond is geraakt. Juist hier wordt zichtbaar of pro-life werkelijk een pastorale categorie is.

De katholieke traditie benoemt abortus als intrinsiek kwaad, niet om te veroordelen, maar om een fundamentele grens ter bescherming van het leven te bewaren.⁴ Tegelijk spreekt de Kerk met pastorale bewogenheid tot wie door abortus innerlijk verwond is geraakt. In die dubbele beweging—normatieve helderheid én barmhartige nabijheid—ligt de kern van een authentieke pro-life-pastoraal.⁵

Pro-life is dan geen strijdterm, maar een weg van genezing: het herstellen van relaties, het toelaten van rouw, het doorbreken van isolatie, en het herontdekken van waardigheid die niet afhankelijk is van wat iemand gedaan heeft of meegemaakt heeft.


6. Rachel’s Vineyard als voorbeeld van genezende praxis

In dat pastorale veld hebben initiatieven zoals Rachel’s Vineyard bijzondere betekenis, omdat zij concreet laten zien hoe waarheid en barmhartigheid kunnen samengaan in een begeleidingsweg. Zonder de morele waarheid te ontkennen, bieden zij een proces waarin rouw, verzoening en herstel van relaties ruimte krijgen. Het gaat niet om “een programma dat schuld wegpraat”, maar om een weg die mensen uit schaamte en zwijgen haalt, zodat het gekwetste leven opnieuw kan ademen en gedragen kan worden.

Daarmee bevestigt Rachel’s Vineyard een wezenlijk pro-life-inzicht: bescherming van leven eindigt niet bij een norm, maar vraagt om pastorale structuren die genezing mogelijk maken.


7. Het Kruis als criterium: waarheid zonder wreedheid, barmhartigheid zonder relativisme

Het diepste criterium voor een christelijke pro-life-pastoraal is het Kruis van Christus. In het Kruis openbaart God zich niet als degene die het lijden vermijdt, maar als degene die het leven draagt door het lijden heen. God redt het leven niet door het te elimineren, maar door het op zich te nemen.

Het Kruis corrigeert twee ontsporingen die in het pastorale veld steeds terugkeren:

  1. Harde moraal zonder barmhartigheid: ze breekt de persoon en vergroot schaamte, waardoor genezing juist onmogelijk wordt.
  2. Barmhartigheid zonder waarheid: ze relativeert het kwaad en ontneemt zo de mogelijkheid tot reële bekering en herstel.

Onder het teken van het Kruis worden waarheid en barmhartigheid één: niet als compromis, maar als kruisvormige liefde. In die zin is “weerhoudende liefde” uiteindelijk een christologische categorie: zij bewaart de grens van het leven, en opent tegelijk de weg van verrijzenishoop voor wie innerlijk gewond is.


8. Priesterschap als sacramentele gestalte van pro-life

Binnen deze horizon is het priesterschap intrinsiek pro-life. De priester is geen morele scheidsrechter en geen ideologisch woordvoerder, maar een sacramenteel teken van Gods barmhartige nabijheid bij kwetsbaar leven. In biecht en Eucharistie, in gesprek en zegen, wordt zichtbaar dat de mens niet wordt gereduceerd tot zijn falen, maar wordt opgenomen in een weg van verzoening, waarheid en hoop.

Hier krijgt pro-life een concrete kerkelijke vorm: niet als slogan, maar als gestalte—als beschikbaarheid, trouw, luisterende aanwezigheid en betrouwbare begeleiding.⁶


Slot: pro-life als integrale pastorale theologie

Pro-life is geen randthema, maar een kerncategorie van pastorale theologie. Het beschermt het leven niet door macht of dwang, maar door relationele structuren van waarheid, barmhartigheid en weerhoudende liefde. Onder het teken van het Kruis verschijnt pro-life als weg waarop ongeboren leven principieel wordt verdedigd, gekwetst leven existentieel wordt geheeld, en menselijke waardigheid theologisch wordt bewaard.

Waar de Kerk deze weg gaat, wordt zij werkelijk een Gemeenschap die het leven draagt.


Voetnoten

  1. Evangelium Vitae, nr. 2–3.
  2. Gaudium et Spes, nr. 12 en 27.
  3. Anna Terruwe & Conrad W. Baars, Psychic Wholeness and Healing (New York, 1972); idem, Healing the Unaffirmed (New Rochelle, 1976).
  4. Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 2270–2275.
  5. Evangelium Vitae, nr. 99; vgl. Reconciliatio et Paenitentia.
  6. Pastores Dabo Vobis, nr. 16–18.

Wanneer mocht jij eigenlijk bestaan?

Standaard

Wanneer mocht jij eigenlijk bestaan?

Over waardigheid en de wijsheid aan de rand van de Academie


Voorwoord

Deze tekst wil geen betoog zijn in strikte zin, maar evenmin een vrijblijvend stukje proza. Zij is ontstaan uit de overtuiging dat waarheid niet alleen wordt voortgebracht in collegezalen en boeken, maar ook — en soms vooral — in de ontmoetingen die zich afspelen aan de rand van het academische leven.

Wat hier volgt is een reflectie op menswording, bevestiging en waardigheid, verwoord vanuit het perspectief van theologie en psychologie, maar gericht tot iemand die zelden in zulke termen wordt aangesproken. Juist daarin ligt haar bedoeling: zichtbaar maken dat wijsheid niet samenvalt met positie, en dat sommige vragen meer onthullen dan hele bibliotheken.


Beste man, die de gangen schoonhoudt, terwijl wij denken,

Sta mij toe dit even te formuleren zoals ik het in de collegezaal zou doen —
maar dan zonder PowerPoint,
en met aandacht voor degene die het lokaal schoonhoudt
terwijl wij professoren denken dat wij het begrijpen.

Wat wij, met onze boeken, termen en theorieën, bevestiging noemen,
is in wezen niets anders dan dit:
dat een mens innerlijk tot rust komt
omdat hij niet langer hoeft te bewijzen
dat hij het recht heeft om te bestaan.

De psychiater Anna Terruwe heeft dit klinisch zichtbaar gemaakt:
waar een mens nooit bevestiging ontving,
ontstaat geen vrijheid maar spanning;
geen liefde maar controle;
geen openheid maar overleving.1

De theologie —
waar ik beroepshalve mijn brood mee verdien —
heeft daar eeuwenlang moeite mee gehad.
Zij sprak sneller over zonde
dan over angst,
sneller over plicht
dan over gemis.2

En toen kwam jij binnen,
met een dweil en een zin
die geen enkele professor kan verbeteren:

“Wanneer mocht jij eigenlijk bestaan?”

Zie je, man die de gangen schoonhoudt,
daar valt de hele antropologie stil.

Want die vraag raakt aan wat wij
de voor-ethische laag van het mens-zijn noemen:
dat iemand eerst moet zijn,
voor hij iets kan doen (agere sequitur esse);3
dat hij eerst moet ontvangen,
voor hij zich kan geven.4

Wij professoren noemen dat
gratia praeveniens,
affectieve ontvankelijkheid
of relationele constitutie van de persoon.5

Jij noemt het:

“Dat je niet steeds zo je best hoeft te doen.”

En eerlijk gezegd —
dat is preciezer.

Dus als jij ’s avonds de gang schoonmaakt
waar wij over het Kruis debatteren,
weet dan dit:
jij bewaakt iets wat wij vaak vergeten zijn,
namelijk dat waarheid alleen landt
waar iemand zich veilig weet.6

En mocht iemand je ooit vragen
wat jij bijdraagt aan de theologie,
zeg dan gerust:

“Ik help mensen zodat ze niet vallen
over dingen waar ze nooit over mochten praten.”

Dat is —
naar mijn beste academische oordeel —
meer dan genoeg.

Met achting —
en met dank voor het schoonmaken
van wat wij intellectuelen soms onbedoeld achterlaten.

De professor


PS

Het is goed mogelijk dat wij de antwoorden van de man met de poetsmiddelen niet meteen begrijpen. Misschien klinken zijn woorden zelfs ingewikkelder dan die van de professor. Dat ligt niet aan hun moeilijkheid, maar aan hun eenvoud.

Sommige zinnen zijn zo direct, zo dicht bij het leven, dat wie gewend is aan uitleg en theorie er eerst geen grip op krijgt. Ze vragen geen analyse, maar herkenning. Wie ze niet meteen begrijpt, hoeft ze niet te verklaren — het is vaak genoeg om ze even te laten staan.


Slotwoord

Deze tekst wil geen tegenstelling creëren tussen denken en doen, tussen academie en dagelijks werk. Integendeel: zij wil laten zien dat ware kennis ontstaat waar denken en leven elkaar ontmoeten. Waar woorden wortel schieten in ervaring, en waar vragen niet worden gesteld om te ontmaskeren, maar om ruimte te scheppen.

Misschien is dat uiteindelijk de taak van elke wetenschap die zich met de mens bezighoudt: niet om mensen hoger op te tillen dan zij kunnen dragen, maar om de grond onder hun voeten begaanbaar te maken.

Voetnoten

  1. A. Terruwe, De bevestigingsleer; vgl. A. Terruwe & C. Baars, Psychic Wholeness and Healing. ↩
  2. Vgl. kritische noties in de pastorale theologie over moraliserende benaderingen zonder affectieve gronding. ↩
  3. Klassieke formulering bij Thomas van Aquino: agere sequitur esse (Summa Theologiae). ↩
  4. Idem; ontvankelijkheid als voorwaarde voor moreel handelen. ↩
  5. Gratia praeveniens (voorafgaande genade): Rom. 5,8; Fil. 2,6–11. ↩
  6. Relatie en veiligheid als voorwaarde voor waarheid en leren; vgl. personalistische antropologie. ↩

Bibliografie

  • Terruwe, Anna. De bevestigingsleer. Diverse edities.
  • Terruwe, Anna & Baars, Conrad. Psychic Wholeness and Healing. New York: Sheed & Ward.
  • Frankl, Viktor E. Man’s Search for Meaning. Boston: Beacon Press.
  • Zundel, Maurice. L’homme, ce fragile absolu. Paris: Desclée de Brouwer.
  • Thomas van Aquino. Summa Theologiae.
  • Bijbel: Romeinen 5; Filippenzen 2.

‘Terruwe in dialoog met theologische en existentiële denkers’ – pastoor Geudens

Standaard

Terruwe in dialoog met theologische en existentiële denkers

Summary (English)

Terruwe in Dialogue with Theological and Existential Thinkers

In several articles, pastoor Geudens shows that the insights of Anna Terruwe are not only relevant for psychology, but for every human being. Her understanding of affirmation touches the most fundamental questions of life: Who am I? Am I allowed to exist? Can I open myself to others and to God?

Terruwe discovered that many people suffer because they were never truly affirmed in their early life. They did not experience that they were good and welcome as they were. This lack of affirmation often leads to insecurity, inner tension, and a constant search for recognition. According to pastoor Geudens, this is not merely a psychological problem, but one that affects the very core of being human.

In this context, Geudens places Terruwe in dialogue with thinkers such as Viktor Frankl and Maurice Zundel. Frankl teaches that a person becomes truly human by transcending oneself in love, responsibility, and meaning. However, such self-transcendence is only possible when a person feels inwardly safe. Without affirmation, people remain trapped in self-protection.

Maurice Zundel deepens this insight theologically. He emphasizes that the human person is not called to self-construction or control, but to decentration: letting go of the closed ego in order to make room for others and for God. Geudens shows how closely this vision corresponds to Terruwe’s clinical observations. Where affirmation is lacking, the ego clings to control and power; where affirmation is received, openness and vulnerability become possible.

According to pastoor Geudens, Terruwe, Frankl, and Zundel converge in a single personalist insight: a person does not become fully human through self-assertion, but through received love and relational openness. Human identity is formed in relationship, not in isolation.

This vision finds its deepest expression in the Cross of Christ. For pastoor Geudens, the Cross is not a denial of affirmation, but its ultimate fulfillment. In Christ, God reveals a love that affirms without dominating, that carries without controlling, and that liberates by self-giving. True healing occurs where psychological affirmation, existential meaning, and faith come together under the sign of the Cross.

Inleiding

In verschillende artikelen laat pastoor Geudens zien dat de inzichten van Anna Terruwe niet alleen belangrijk zijn voor psychologen, maar voor ieder mens.1 Haar visie op bevestiging raakt namelijk aan de diepste vragen van het leven: Wie ben ik? Mag ik er zijn? Kan ik mij openen voor anderen en voor God? Daarom brengt pastoor Geudens Terruwe in gesprek met andere denkers, zoals Maurice Zundel en Viktor Frankl.2

Zij helpen om te begrijpen dat genezing niet alleen een psychische zaak is, maar ook te maken heeft met zin, relaties en geloof. Anna Terruwe ontdekte dat veel mensen vastlopen omdat zij zich nooit echt bevestigd hebben gevoeld.3 Ze hebben niet ervaren dat ze goed zijn zoals ze zijn. Dat laat diepe sporen na. Zo iemand blijft onzeker, gespannen of steeds op zoek naar waardering. Pastoor Geudens benadrukt dat dit niet zomaar een psychisch probleem is. Het raakt het hart van het mens-zijn. Wie zich niet bevestigd weet, durft zich moeilijk open te stellen — niet voor anderen, en vaak ook niet voor God.4

Hier sluit het denken van Viktor Frankl aan. Frankl zegt dat een mens pas echt mens wordt wanneer hij zich kan richten op iets of ie mand buiten zichzelf.5 Liefde, verantwoordelijkheid en betekenis geven het leven richting. Maar dat lukt alleen wanneer iemand zich innerlijk veilig voelt. Zonder bevestiging blijft de mens vastzitten in zichzelf.De theoloog Maurice Zundel helpt om dit nog dieper te verstaan. Hij zegt dat de mens niet geroepen is om alles zelf te maken of te beheersen. Echte groei begint wanneer iemand ruimte maakt voor de ander, en voor de Ander.6 Dat noemt hij: loskomen van het ego.

Pastoor Geudens laat zien hoe dit precies past bij Terruwe. Wie nooit bevestigd is, moet zichzelf beschermen. Zo iemand klampt zich vast aan controle, gelijk of macht. Maar wie wél bevestiging heeft ontvangen, kan loslaten. Die durft kwetsbaar te zijn. Die hoeft zichzelf niet steeds te bewijzen. Zo wordt duidelijk: bevestiging helpt een mens om zichzelf niet meer in het middelpunt te zetten, maar open te gaan voor echte relaties.

Volgens pastoor Geudens zeggen Terruwe, Zundel en Frankl in feite hetzelfde, ieder op hun eigen manier: een mens wordt geen persoon door zichzelf groot te maken, maar door ontvangen liefde en door zich te openen voor anderen.7 Dat is heel anders dan wat we vaak horen in onze tijd, waar alles draait om zelfstandigheid en jezelf waarmaken. In het christelijk geloof gaat het anders. Je wordt jezelf juist door relatie: met anderen en met God.

Voor pastoor Geudens komt alles samen bij het Kruis van Christus. Het Kruis is geen afwijzing van de mens, maar juist het grootste teken van bevestiging.8 Jezus laat zien: jij bent zo waardevol, dat Ik mijn leven voor jou geef. Aan het Kruis zien we een liefde die niet dwingt, niet veroordeelt en niet overheerst. Het is een liefde die ruimte geeft, die draagt en die vrijmaakt. Dat is de diepste vorm van bevestiging.

Daarom zegt pastoor Geudens: echte genezing gebeurt waar menselijke bevestiging, zin in het leven en geloof samenkomen. Het Kruis is daarbij geen last, maar een bron van liefde die mensen helpt om werkelijk mens te worden.9


Bevestiging, decentralisatie en persoonswording onder het teken van het Kruis

In meerdere recente artikelen brengt pastoor Geudens de psychologische inzichten van Anna Terruwe expliciet in dialoog met theologische en existentiële denkers, met name Maurice Zundel en Viktor Frankl.10 Deze dialoog is geen academische vergelijking achteraf, maar een inhoudelijke noodzaak die voortkomt uit de innerlijke logica van Terruwe’s mensvisie zelf. Volgens pastoor Geudens maakt Terruwe zichtbaar dat psychologische ontwikkeling nooit louter innerlijk-psychisch is. Zij raakt aan de diepste structuur van het mens-zijn, waarin gevoelsleven, vrijheid, zin en relationele openheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.11

4.1 Bevestiging als voorwaarde voor existentiële vrijheid

Terruwe beschrijft hoe een tekort aan bevestiging het gevoelsleven frustreert en de persoon gevangen zet in innerlijke onveiligheid.12 Deze blokkade uit zich niet alleen in gedrag, maar raakt het vermogen van de mens om zichzelf en de ander vrij tegemoet te treden. In dit perspectief sluit Terruwe nauw aan bij Viktor Frankl. Frankl stelt dat de mens pas werkelijk mens wordt wanneer hij zich kan overstijgen in liefde, verantwoordelijkheid en zin.13 Zonder bevestiging blijft de mens echter opgesloten in zelfbescherming. Pastoor Geudens leest Terruwe daarom als een noodzakelijke correctie op spiritualiteit of ethiek die te snel oproept tot offer en overgave, zonder rekening te houden met de kwetsbaarheid van het gevoelsleven.14

4.2 Maurice Zundel: decentralisatie en ontvankelijkheid

Zundel beschrijft de mens niet als een autonoom project, maar als een wezen dat pas persoon wordt door los te komen van het gesloten ego.15 Deze decentratie opent ruimte voor God en voor de ander. Pastoor Geudens laat zien hoe dit aansluit bij Terruwe: waar bevestiging ontbreekt, klampt het ego zich vast; waar bevestiging ontvangen is, ontstaat ruimte voor kwetsbaarheid en ontvankelijkheid.

4.3 Persoonswording als relationeel gebeuren

Volgens pastoor Geudens convergeren Terruwe, Zundel en Frankl in één personalistisch inzicht: persoonswording gebeurt niet door zelfbevestiging, maar door ontvangen en geschonken liefde.16

4.4 Bevestiging onder het teken van het Kruis

Deze dialoog mondt uit in de kruisspiritualiteit van pastoor Geudens. Het Kruis is geen ontkenning van bevestiging, maar haar voltooiing.17 In Christus verschijnt een liefde die bevestigt zonder te bezitten.

Zo wordt de gekruisigde Christus de ultieme Bevestiger. Voor pastoor Geudens ligt hier de kern van genezing: psychologie, existentiële zin en geloof vormen samen één beweging van liefde, waarvan het criterium het Kruis is.18

Slotbeschouwing

De dialoog die pastoor Geudens ontwikkelt tussen de psychologie van Anna Terruwe en het denken van Viktor Frankl en Maurice Zundel maakt duidelijk dat genezing nooit een eenzijdig proces kan zijn. Psychologische groei, existentiële zin en spiritueel leven horen bij elkaar. Zodra zij van elkaar worden losgemaakt, raakt de mens uiteengerukt in afzonderlijke domeinen, terwijl zijn verlangen juist gericht is op eenheid en samenhang.

Terruwe laat zien dat menselijke vrijheid niet begint bij prestatie, morele inspanning of spirituele oefening, maar bij de ervaring van bevestiging: het mogen bestaan, het ervaren dat men goed is zoals men is. Zonder deze basis blijven oproepen tot verantwoordelijkheid, overgave of zelfgave vaak te zwaar en zelfs onmenselijk. Frankl en Zundel helpen te verstaan waarom dit zo is. De mens kan zich pas openen naar buiten wanneer hij innerlijk veilig is, en ware persoonswording voltrekt zich niet door zelfconstructie, maar door relatie.

Voor pastoor Geudens vindt deze samenhang haar diepste betekenis onder het teken van het Kruis. Het Kruis openbaart een liefde die niet overheerst, niet dwingt en niet veroordeelt, maar bevestigt door zelfgave. Hier vallen bevestiging en offer niet uiteen, maar worden zij één. In Christus wordt zichtbaar dat zelfgave niet voortkomt uit dwang of tekort, maar uit ontvangen liefde. De kwetsbaarheid van de mens wordt niet omzeild, maar door God zelf binnengedragen en getransformeerd.

Deze visie heeft verstrekkende gevolgen voor pastoraat, therapie en geestelijke begeleiding. Genezing kan niet worden herleid tot techniek, en geloof niet tot morele aansporing. Waar bevestiging, zin en geloof samen worden gedragen, ontstaat ruimte voor echte vrijheid, verantwoordelijkheid en gemeenschap. Onder het teken van het Kruis verschijnt genezing niet als herstel van controle, maar als groei in relationele openheid en vertrouwen.

Zo reikt pastoor Geudens meer aan dan een samenvoeging van inzichten. Hij biedt een criterium van onderscheiding: ware genezing — psychisch, existentieel en spiritueel — herkent men daaraan dat zij de mens opent voor de ander en, uiteindelijk, voor God.


Voetnoten

  1. Anna Terruwe, De bevestigingsleer, diverse publicaties; vgl. ook Anna Terruwe & Conrad Baars, Psychic Wholeness and Healing. ↩
  2. J. Geudens, diverse artikelen op pastoorgeudens.com (2024–2026). ↩
  3. A. Terruwe, Psychotherapie en mensbeeld, Nijmegen. ↩
  4. J. Geudens, “Relatie als instrument van genezing”, literatuurstudie. ↩
  5. Viktor Frankl, De zin van het bestaan. ↩
  6. Maurice Zundel, L’homme, ce fragile absolu. ↩
  7. J. Geudens, artikelen over bevestiging en relationaliteit. ↩
  8. Vgl. Joh. 3,16; kruistheologische reflecties bij J. Geudens. ↩
  9. J. Geudens, “Het Kruis als criterium van genezing”, online publicatie. ↩
  10. Idem. ↩
  11. A. Terruwe & C. Baars, Affirmation Therapy. ↩
  12. A. Terruwe, klinische observaties. ↩
  13. V. Frankl, Man’s Search for Meaning. ↩
  14. J. Geudens, pastorale artikelen over bevestiging en vrijheid. ↩
  15. M. Zundel, La présence humble. ↩
  16. Vgl. personalistische antropologie bij Terruwe, Zundel en Frankl. ↩
  17. Fil. 2,6–11; kenotische theologie. ↩
  18. J. Geudens, kruisspiritualiteit en criteriologie. ↩